De jacht op huurders gaat door

In de Dwars door de Buurt die deze week is uitgekomen een artikel van Steven Kelk, een enthousiast lid van de Huurdersvereniging Oost over de komende verkiezingen. Inclusief illustratie van Arno Straal

 

De jacht op huurders gaat door

Op woensdag 12 september gaat Nederland weer naar de stembus. Wat zeggen de partijen over woonbeleid, en huurbeleid in het bijzonder? De Huurdersvereniging Oost is achter de stapel verkiezingsprogramma’s gaan zitten om een eigen mening te vormen. Het nieuws is zorgwekkend. Bijna alle partijen omarmen marktwerking en de ontmanteling van het huidige stelsel, en het is zeer de vraag of de overige partijen hier een breekpunt van zullen maken bij de coalitieonderhandelingen. Verstandig stemmen is daarom niet genoeg: na 12 september zullen (aspirant-)huurders hoe dan ook in actie moeten komen om hun belangen te verdedigen.

Het zijn roerige, moeilijke tijden geweest voor huurders. Het kabinet Rutte I (VVD, CDA, PVV) had ten tijde van zijn val de zogenaamde Donnerpunten (tot 25 extra punten in schaarstegebieden zoals Amsterdam) al doorgevoerd, de Europese inkomensgrens voor corporatiehuurwoningen (33.000 euro) gretig overgenomen en was bezig met een extra 5% huurverhoging voor huurders met een inkomen boven 43.000 euro. Daarna kwam het Lenteakkoord (VVD, CDA, D66, GroenLinks, Christenunie) waarin onder andere een extra 1% huurverhoging voor huurders met een inkomen boven 33.000 werd voorgesteld terwijl de overige maatregelen van Rutte I ongemoeid bleven (wat boekdelen spreekt). Kort voor de zomer kwam de klap op de vuurpijl, “Wonen 4.0”, een gezamenlijk voorstel van onder meer de landelijke huurdersorganisatie de Woonbond (!) om op termijn het puntenstelsel te vervangen door marktconforme huren.

De verkiezingsprogramma’s moeten dan ook binnen de context van bovengenoemde ontwikkelingen worden gezien. Spreekt het programma van een bepaalde partij een of meer van deze ontwikkelingen niet tegen, dan is het impliciet duidelijk dat ze het accepteert of in ieder geval weinig weerstand zal bieden bij coalitieonderhandelingen. Bij letterlijk alle partijen zijn hier voorbeelden van te vinden. Voorzichtigheid is ook aan te raden bij partijen die zich onduidelijk of beknopt uitlaten over vergaande voorstellen. Dit geldt in het bijzonder voor partijen die achter Rutte I en/of het Lenteakkoord hebben gestaan (VVD, CDA, PVV, D66, GroenLinks, Christenunie). Het programma van het CDA is hier een schoolvoorbeeld van. Over huren zegt het CDA namelijk opvallend weinig. Maar dat maakt niet uit, want uit de praktijk blijkt dat het CDA de VVD volgt.

En wat zegt de VVD? Geen verassing, onze liberale vrienden blijven heel ambitieus. Ze willen veel meer marktwerking, veel minder overheid. Corporaties worden gedwongen om 50% van hun bezit af te stoten. Huurverhogingen moeten ver boven het inflatieniveau liggen om de huren zo snel mogelijk de facto marktconform te maken. “Dat leidt tot eerlijker huurprijzen die beter aansluiten bij vraag en aanbod – een ontwikkeling die nog eens extra wordt bevorderd door de afschaffing van huurcommissies en puntensystemen.”

Dit zijn extreme voorstellen. Wie geeft ideologische tegengas? Zeker niet het CDA. Voormalig gedoogcoalitiepartner PVV is een interessante casus. De PVV is nadrukkelijk tegen alle huurverhogingen boven het inflatieniveau en haalt expliciet uit tegen de eerder genoemde inkomensgerelateerde huurverhogingen. De PVV is echter onbetrouwbaar gebleken.

D66, GroenLinks en Christenunie horen bij een middengroep die zich graag profileert als progressief en humaan. Het probleem is dat deze partijen allemaal het idee onderschrijven dat woonruimteverdeling voornamelijk een taak van de markt moet zijn. De Christenunie ondersteunt bijvoorbeeld het idee van Wonen 4.0 om huren geleidelijk marktconform te maken en in de tussentijd boven het inflatieniveau te laten stijgen. D66 juicht Wonen 4.0 eveneens toe, wil nog minder sociale huurwoningen, “scheefwoners” uit hun huis jagen met extra huurverhogingen en minder huurregulering. Lenteakkoord-architect GroenLinks drukt zich voorzichtiger uit maar wil ook strategische huurverhogingen boven inflatie (tussen de regels door: ten einde marktconformiteit sneller te bereiken) en heeft het ook gemunt op scheefwoners.

De PvdA onderscheidt zich van de bovengenoemde groep middenpartijen door expliciet stelling te nemen tegen de Donnerpunten en tegen de Europese inkomensgrens. Minder welkom is het voornemen om de huren harder te laten stijgen en scheefwoners aan te pakken. In die zin bevindt de PvdA zich ergens tussen de middengroep en de SP. De SP wil namelijk ook af van de Donnerpunten en de Europese grens, maar is ook tegen de 5% huurverhoging en wil überhaupt geen huurverhogingen boven inflatie. Bovendien wil ze de huurprijsbescherming juist uitbreiden van 650 euro per maand naar 850 euro.

De kern van het verhaal

De meeste partijen zijn veel te optimistisch over de capaciteit van de vrije markt om woonruimte eerlijk te verdelen. In Amsterdam heerst een structureel tekort aan woonruimte en bij dergelijke schaarste luistert de markt naar koopkracht. Een plek in de zon voor hen die het zich kunnen veroorloven. Een vrije hand voor verhuurders om de schaarste om te zetten in winsten, ongeacht de objectieve kwaliteit van een woning. Een markt die niet meer “op slot”zit, maar alleen omdat iedereen precair en zonder zekerheid woont. Maar wat is er dan eigenlijk mis met inkomensgerelateerde huren en de jacht op scheefwoners, zolang de allerarmsten gespaard blijven? Om te beginnen wordt het kwalijke idee genormaliseerd dat mensen zich suf moeten werken om een hypotheek dan wel marktconforme huur te kunnen betalen. Bovendien wordt de solidariteit tussen burgers ondermijnd: mensen met een midden- of hoger inkomen, die eigenlijk graag in een sociale huurwoning hadden willen wonen, trekken hun fiscale en politieke steun in voor een gereguleerde huursector juist omdat hen de toegang ertoe ontzegd wordt. Uiteindelijk zal dan alleen een kleine huursector als vangnet overblijven, met woningen van slechte kwaliteit, want huren is immers alleen voor losers?

Een brede, gereguleerde huursector die toegankelijk is voor alle inkomensgroepen, is juist een succes gebleken voor Nederland, en voor Amsterdam in het bijzonder. Het is een voorwaarde voor een onverdeelde stad. Verbetering is altijd mogelijk, maar de fundamenten van het huidige huurstelsel zijn goed. Het is een model waar Nederland juist trots op moet zijn. De meeste politieke partijen lonken naar de dynamiek van een stad zoals Londen, zonder te erkennen dat zulke steden gekenmerkt worden door duur, onzeker wonen en een tweedeling tussen arm en rijk die Amsterdam gelukkig (nog) niet kent.

Ga dus verstandig om met je stem. Gezien de recente ontwikkelingen, zullen huidige en toekomstige huurders hoe dan ook na 12 september moeten knokken voor hun rechten en idealen. De Huurdersvereniging Oost gaat de strijd aan, doe je mee?

Reacties zijn gesloten.